Cantates van Bach
Koepelkerk
24 sep
13:30
Koepelkerk
24 sep
13:30

Concert Cantates van Bach

Stichting muziekkoepel Arnhem organiseert een concert met het Alexander Consort

*J.S. Bach: BWV 57 ‘Selig ist der Mann’. 

*Corelli: Sonata da Chiesa a tre, opus 1 nr. XI (Rome 1681): -Grave -Allegro -Adagio -Allegro 

*J.S. Bach: BWV 32 ‘Liebster Jesu, mein Verlangen’. BWV 57 

‘Selig ist der Mann’ 

Zelden zette Bach het woord ‘cantate’ boven zijn stukken. De meeste cantates gaf hij eigenlijk sowieso geen titel. Maar deze wel, namelijk ‘Concerto in dialogo’. En dat is eigenlijk een veel betere omschrijving dan onze term cantate. De term concert kennen we tegenwoordig vooral als naam voor een driedelig instrumentaal stuk met solist. In Bachs tijd werd deze term nog veel algemener gebruikt. Alle muziek waarin groepen tegenover elkaar stonden, kon concerto heten. En hier ging het dus om een concert in dialoog. Er zijn twee ‘sprekers’: Anima (de menselijke ziel) en Jezus. Zoals zo vaak in de cantates van Bach, ziet ook hier de ziel verlangend uit naar de dood en de eenwording met de schepper. De ziel wordt danig beproefd. In het eerste recitatief wisselen de emoties elkaar in razend tempo af; opluchting, vrees en hoop passeren de revue boven avontuurlijke modulaties. Jezus biedt een stabiel baken en toont zijn betrokkenheid in een krachtige aria. Een vrolijke duet wordt ter afsluiting gevolgd door een intiem koraal. 

BWV 32 ‘Liebster Jesu, mein Verlangen’ 

In deze even tere als tedere cantate gaat de ziel in dialoog met Jezus. De bijbehorende evangelietekst gaat over de twaalfjarige Jezus die aan zijn ouders ontsnapt en pas na enkele dagen wordt teruggevonden in de tempel. Hij blijkt in gesprek verwikkeld met wijze mannen. In de eerste aria omklemmen de hobo en de sopraan elkaar in een even intense als droeve weeklacht. Je voelt de wanhoop, en het lijkt alsof Maria zelf aan het woord is. Maar we doen Bach tekort als we deze sopraanpartij alleen als personificatie van Maria zien. Haar zoektocht kan ook worden opgevat als metafoor voor de dolende ziel. Dat blijkt des te meer als het antwoord op haar vragen vervolgens niet komt van de kleine Jezus waar Maria naar op zoek was, maar van de volwassen Christus. Bach laat in diens lyrische aria een virtuoze vioolpartij Gods troost illustreren. Dan vinden Jezus en de ziel elkaar, wat door de sopraan wordt gevierd met een dankbaar arioso. Samen barsten ze uit in een opgelucht ‘Nun verschwinden alle Plagen’. Bach goot dit stuk in de vorm van een bekende dans, een gavotte, waaraan de hobo en vooral de jubelende violen een stevige bijdrage leveren. Na deze ‘uitsmijter’ voegde Bach nog een waardig en bedachtzaam slotkoor toe.

© 2022 Koepelkerk - Disclaimer - Privacybeleid
Website realisatie: Pixel Creation